In sommige trajecten worden beslissingen genomen die op papier logisch klinken,
maar in de praktijk hun eigen voorwaarden missen.
Een online platform wordt gepland,
terwijl het kernsysteem nog niet in de cloud kan werken.
Dat zal later wel volgen.
Een applicatie voor stocktelling wordt gelanceerd,
terwijl niet alle producten scanbaar zijn.
Dat staat op de roadmap.
Op managementniveau zijn dit geen vreemde beslissingen.
Ze tonen ambitie. Vooruitgang. Beweging.
Maar ze verschuiven iets fundamenteels.
De voorwaarden om iets te laten werken
worden niet als beslissingen behandeld,
maar als aannames die later wel ingevuld zullen worden.
Zo ontstaat een omgekeerde logica:
oplossingen worden gestart vóór hun basis bestaat.
Niet omdat iemand dat niet ziet,
maar omdat het ongemakkelijk is om te zeggen
dat sommige stappen simpelweg niet tegelijk kunnen.
Analyse en projectwerking worden daarna ingezet
om die spanning op te vangen.
Niet om richting te bepalen,
maar om werkbaar te maken wat nog niet kan werken.
Ik kijk in zulke situaties niet naar de haalbaarheid van het idee,
maar naar de volgorde van de beslissingen.
Niet alles wat logisch is, is tegelijk mogelijk.
En niet alles wat later gepland staat,
kan vandaag al genegeerd worden.
Wanneer randvoorwaarden geen beslissingen meer zijn,
maar beloftes voor later,
wordt vooruitgang een vorm van uitstel.


